
Disclaimer: De afbeeldingen maken gebruik van modellen en dienen enkel ter illustratie.
Blaaskanker is geen ziekte die voor iedereen hetzelfde is. Het is een heterogene aandoening, wat betekent dat er verschillende vormen en fasen van blaaskanker bestaan. Welke behandeling iemand krijgt, hangt af van hoe ver de ziekte is. Dat heet het stadium van de kanker.
In elke fase van de ziekte is een andere aanpak en behandeling nodig. Als de blaaskanker verder is gegroeid of is uitgezaaid, kan extra onderzoek van de tumor worden gedaan. Met dit onderzoek kijkt de arts of er veranderingen in het tumor‑DNA aanwezig zijn. Soms kan dit betekenen dat iemand een gerichte behandeling kan krijgen.
Op deze pagina lees je wat blaaskanker is, welke klachten er kunnen zijn en waarom extra onderzoek, zoals het testen van de tumor, kan helpen bij het kiezen van een behandeling.
Blaaskanker is kanker in de blaas. De blaas is een orgaan onder in je buik dat urine opslaat. Bij blaaskanker zit er een kwaadaardige tumor in de blaas. Een tumor is een plek waar cellen wild groeien.1,2
Kwaadaardig betekent dat de cellen zich blijven delen zonder dat het lichaam dit kan stoppen. Deze cellen kunnen schade aanrichten aan gezond weefsel. Ook kunnen ze verder doorgroeien in de blaaswand of zich verspreiden naar andere delen van het lichaam. Daarom is behandeling nodig.
Meestal begint blaaskanker aan de binnenkant van de blaas. Deze binnenkant heet het slijmvlies, ook wel het urotheel genoemd. Omdat de kanker vaak in deze laag ontstaat, wordt blaaskanker ook wel urotheelcarcinoom genoemd. Dit is de meest voorkomende vorm van blaaskanker.1, 2
Bij blaaskanker is het belangrijk om te weten hoe diep de tumor in de blaas groeit. De blaas bestaat uit meerdere lagen, zoals het slijmvlies aan de binnenkant en daaronder de spierlaag. De diepte van de tumor bepaalt vaak welke behandeling nodig is.
Er zijn twee veelvoorkomende soorten blaaskanker2,3:
Zeldzamere soorten blaaskanker
Naast de meest voorkomende vorm, het urotheelcarcinoom, zijn er ook zeldzamere soorten blaaskanker. Deze ontstaan uit andere soorten cellen in de blaas en komen veel minder vaak voor. Omdat deze zeldzamere soorten anders zijn, kan ook de behandeling verschillen.
Er is niet één duidelijke oorzaak voor blaaskanker. Vaak ontstaat de ziekte door een combinatie van verschillende factoren. Sommige dingen kunnen de kans op blaaskanker groter maken. Deze noemen we risicofactoren. 2,4,5
Roken
Roken is de belangrijkste risicofactor voor blaaskanker. Schadelijke stoffen uit sigarettenrook komen via het bloed in de urine terecht. De urine blijft een tijd in de blaas, waardoor deze stoffen de blaaswand kunnen beschadigen. Dit kan leiden tot kanker. Ook mensen die vroeger hebben gerookt, hebben een hogere kans op blaaskanker, maar die kans is lager dan bij mensen die blijven roken.
Schadelijke stoffen
Bepaalde giftige stoffen kunnen de kans op blaaskanker vergroten. Deze stoffen komen via de urine in de blaas en kunnen daar irritatie veroorzaken. Dit geldt bijvoorbeeld voor stoffen die vroeger veel werden gebruikt in de verf‑ en rubberindustrie.
Langdurige irritatie van de blaas
Als de blaas lange tijd geïrriteerd is, neemt de kans op blaaskanker toe. Dit kan gebeuren bij: vaak terugkerende blaasontstekingen, blaasstenen of nierstenen, of het langdurig dragen van een blaaskatheter (een slangetje in de blaas om urine af te voeren). Door de langdurige irritatie kunnen cellen in de blaaswand beschadigd raken.
Erfelijke aanleg (zeldzaam)
Blaaskanker is meestal niet erfelijk. In zeldzame gevallen kan een erfelijke ziekte een rol spelen.
Blaaskanker groeit meestal langzaam. In het begin merken veel mensen weinig of geen klachten. Daardoor wordt de ziekte meestal pas later ontdekt. Als de tumor groter wordt, kun je last krijgen van één of meer van de volgende klachten 2,4:
Zie je bloed in je urine? Wacht dan niet af en neem altijd contact op met je huisarts, ook als je verder geen klachten hebt. Bloed in de urine is namelijk nooit normaal en moet altijd onderzocht worden. Bloed in de urine kan ook een onschuldige oorzaak hebben, zoals een ontsteking. Maar het kan ook een teken zijn van blaaskanker. Hoe eerder blaaskanker wordt ontdekt, hoe groter de kans op een goede behandeling.
Wil je weten hoe snel jij bloed in de urine kunt herkennen? Doe de test via:
https://spot.worldbladdercancer.org/
Als de arts denkt dat je misschien blaaskanker hebt, kan hij of zij verschillende onderzoeken doen. Met deze testen kijkt de arts of er blaaskanker is en welke soort blaaskanker het is. Dat is belangrijk om de juiste behandeling te kiezen.
Urineonderzoek
Bij een urineonderzoek lever je een potje urine in. De arts kijkt of er bloed of niet-normale cellen in de urine zitten. Vaak wordt de urine in een laboratorium onderzocht. Dit onderzoek kan een eerste aanwijzing voor blaaskanker zijn, maar is meestal niet genoeg om het zeker te weten.6
Cystoscopie (kijkonderzoek)
Bij een cystoscopie bekijkt de arts de binnenkant van de blaas. Dit gebeurt met een dun slangetje met een camera, dat via de plasbuis wordt ingebracht.
Dit onderzoek kan wat vervelend aanvoelen, maar doet meestal geen pijn. De cystoscopie is het belangrijkste onderzoek om blaaskanker te ontdekken.6
Beeldvormend onderzoek
Soms maakt de arts ook foto’s of scans, zoals een echo, CT‑scan of MRI‑scan.
Met deze onderzoeken kan de arts zien of er tumoren, blaas- en nierstenen of andere problemen zijn in de blaas en de urinewegen. Ook kan worden gekeken of de ziekte zich heeft verspreid naar andere delen van het lichaam.6
Genetische (moleculaire) test
Bij een genetische test onderzoekt de arts de blaaskankercellen. Hierbij wordt gekeken naar veranderingen in het DNA van de tumor. Deze test is anders dan de andere onderzoeken, omdat ze helpt om verschillende soorten blaaskanker te herkennen. Sommige soorten reageren beter op bepaalde behandelingen dan andere. Met de uitslag van deze test kan de arts een behandeling kiezen die het beste bij jouw situatie past.7
Wil je meer uitleg over genetische testen? Bekijk dan deze animatie:
https://www.mijngezondheidsgids.nl/oncologie/animatie-moleculair-testen/
Welke behandeling je krijgt, hangt af van het soort blaaskanker en hoe ver de ziekte is. Ook je gezondheid en conditie spelen een rol. Samen met je arts bespreek je welke behandeling het beste bij jou past. Er zijn verschillende manieren om blaaskanker te behandelen. Soms krijg je één behandeling, soms een combinatie van behandelingen.8,9
Operatie
Bij een operatie verwijdert de arts de tumor uit de blaas. Dit gebeurt vaak via de plasbuis. Als de kanker dieper is gegroeid, kan het nodig zijn om een deel van de blaas of de hele blaas weg te halen. In dat geval zorgt de arts voor een andere manier om de urine uit je lichaam te krijgen.
Bestraling (radiotherapie)
Bij bestraling worden kankercellen gedood met röntgenstralen. Deze behandeling kan soms een alternatief zijn voor een operatie, of worden gebruikt in combinatie met medicijnen. Het doel is om de kanker te genezen of klachten te verminderen.
Medicijnen via het infuus
Soms krijg je medicijnen via een infuus (in een bloedvat). Dit kan zijn:
Het is belangrijk dat je samen met je arts bespreekt welke onderzoeken en behandelingen het beste bij jou passen. Dit heet samen beslissen. Jij en je arts nemen dan samen een besluit, waarbij rekening wordt gehouden met je ziekte én met wat jij belangrijk vindt in je dagelijks leven.
Vraag je arts gerust:
Sommige bijwerkingen kunnen invloed hebben op je energie, werk, gezinsleven of andere dagelijkse activiteiten. Het is goed om dat van tevoren te bespreken.
Soms zijn er ook nieuwe behandelingen of onderzoeken, bijvoorbeeld in studieverband. Je kunt je arts vragen of dit voor jou een mogelijkheid is.
Vraag naar genetisch onderzoek
Je kunt je arts ook vragen of je blaaskanker genetisch is onderzocht. Zo’n test kijkt naar veranderingen in het DNA van de tumor. De uitslag kan helpen om een behandeling te kiezen die beter past bij jouw soort blaaskanker.
Tip: bereid je gesprek voor
Het kan helpen om vooraf vragen op te schrijven en deze mee te nemen naar je afspraak. Zo vergeet je niets en kun je beter meebeslissen.
Een handige hulp hierbij is een vragenkaartje met drie voorbeeldvragen die je aan je arts kunt stellen.
